Zonder het dier geen geneesmiddelenindustrie. In Oss leidt de vraag wat te doen met dierlijk slachtafval in 1923 tot de oprichting van Organon. Dankzij insuline en de anticonceptiepil groeit het bedrijf uit tot een wereldspeler in de farmacie. Belangrijke ontwikkelingen voor de geneeskunde, waarbij echter steeds de gezondheid van de mens centraal staat. Maar wat hebben dieren nodig, voor een gevarieerd dieet of om te genezen?
Wat wij (steeds minder) kennen als grootmoedersmiddeltjes, weten dieren intuïtief. Zo eten koeien weegbree om maagpijn te verlichten en vliegen vogels boven schoorstenen om zich te ontdoen van parasieten.
Binnen de solotentoonstelling The Animal Farmacy bij Museum Jan Cunen stond het cultuurlandschap als apotheek voor dieren centraal. Een introductie tot mijn langlopende onderzoek naar zoöpharmacognosie, de zelfmedicatie door dieren met natuurlijke middelen. Tijdens de tentoonstelling werd de Apothekerstuin voor dieren, ontworpen door Sandra van den Beuken en met bezoekers aangeplant en ingericht. De tuin is onderdeel van de vaste collectie van het museum en dagelijks te bezoeken.
Foto’s van The Animal Farmacy: Loek Blonk





